Post-hbo-opleiding Jonge Kind Specialist

Aanvullende informatie post-hbo-opleidingen

 

1. Algemene informatie
2. Curriculum
3. Inschrijving

1. Algemene informatie

De Post-hbo-opleiding specialist Jonge Kind is een combinatie van praktijk en theorie. Je leert de praktijk onderbouwen met theorie: Waarom doe je de dingen zoals je ze doet?

Je eigen werkplek is de belangrijkste plaats voor het leren. Door de theorie aan de praktijk te koppelen is het leren betekenisvol. Deelnemers die eerder deze oplelding hebben gedaan zeggen dat ze enorm gegroeid zijn in hun vak, vooral ook doordat ze nu kunnen beargumenteren waaróm ze iets doen of juist niet doen.

‘Ik ben echt gegroeid in mijn vak. Eerder deed ik zoals andere collega’s deden. Ik keek het vak bij hen af. Nu ben ik veel bewuster bezig met mijn werk en maak eigen keuzes. Ik weet waarom ik iets doe zoals ik het doe. De theorie heeft mij enorm geholpen.’

Een erkend diploma
De Post-hbo-opleiding Jonge Kind specialist van Iselinge Academie past in het stelsel van Post Initiële opleidingen. Leraren basisonderwijs worden geschoold om de kwaliteit van hun onderwijs te verbeteren, wat een bijdrage levert aan algehele professionalisering van het basisonderwijs. De Post-hbo-opleiding Jonge Kind specialist is geregistreerd en opgenomen in het officiële register van Centrum voor Post Initieel Onderwijs Nederland  (CPION). Je krijgt na het volgen van de gehele eenjarige opleiding en na geslaagde toetsing, geen certificaat maar een erkend diploma. Ook word je ingeschreven in het Abituriëntenregister. 

Opbrengst
Na de opleiding Jonge Kind specialist ben je in staat voor het jonge kind van 3-7 jaar een beargumenteerd onderwijsaanbod te ontwikkelen en dat vorm te geven in de praktijk. Dit doe je vanuit een onderbouwde visie op de ontwikkeling van het jonge kind. Een visie die  aansluit bij de onderwijsbehoeften van het jonge kind en aan spel een centrale plaats toekent. De opbrengst is dat je niet alleen leert hoe goed onderwijs aan jonge kinderen eruit ziet, maar ook dat je eigen leerkrachtvaardigheden een enorme boost krijgen.

‘Ik ben blij dat ik deze opleiding heb gevolgd. Het was hard werken, maar dat was het waard. Ik heb bijvoorbeeld geleerd te denken in doorgaande leerlijnen en weet nu wat een rijke speelleeromgeving inhoudt. Ik heb geleerd te reflecteren op mijn functioneren in de klas. Een eyeopener was dat het accent op spel gedurende de hele opleiding door alle modules zat verweven en direct toepasbaar was in de praktijk. Hoe mooi kan het zijn!’

Inhoud
De doelstellingen van de PostHBO-opleiding Jonge Kind specialist zijn gebaseerd op het competentieprofiel Jonge Kind (Docentennetwerk Specialisten Jonge Kind, 2008) en het Utrechts Kwaliteitskader voor educatie van het Jonge Kind (2017). Het Utrechts Kwaliteitskader bevat ankerpunten die als normatief kader kunnen worden gezien en gaan over het professioneel handelen van jou als leerkracht. Gedurende de oplelding kies je een aantal speerpunten waaraan je gaat werken.

“Ik heb speerpunten gekozen waar ik me nog meer in kan ontwikkelen. Die heb ik vervolgens verweven in de opdrachten die ik moest uitvoeren in de klas. Op die manier was ik heel bewust met die speerpunten bezig. Ik had gekozen voor: ‘een gevoelig oog’, ‘spel, ‘met een doel’ en ‘gebruik de tijd’.

De inhoud van de opleiding krijgt gestalte vanuit de interactionistische visie. Hiermee wordt bedoeld dat het ontwikkelingsproces van het kind resultaat is van samenwerking tussen tenminste twee factoren: de persoon (het kind) en de omgeving. De leerkracht, de school en de ouders maken deel uit van de omgeving. Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen gebeurt handelingsgericht.

Doel
Integratie van het competentieprofiel Jonge Kind en de normen van het Utrechts Kwaliteitskader levert de doelen van de opleiding. Na de opleiding kun je de gestelde normen bewust, intentioneel, geïntegreerd en zichtbaar toepassen in de praktijk.

Competentiegericht
De PHBO opleiding is competentiegericht. Je reflecteert voortdurend op eigen handelen in relatie tot de volgende competenties:

Competentie 1: Interpersoonlijk competent

Competentie 2: Pedagogisch competent

Competentie 3: Vakinhoudelijk/didactisch competent

Competentie 4: Organisatorisch competent

Naast de vier competenties zijn er twee dimensies. De dimensies liggen als het ware onder de competenties. Het gaat daarbij om jouw onderliggende basishouding.

Dimensie A: Ik en het onderbouw team

Dimensie B: Mijn onderzoekende houding

Competenties en dimensies worden uitgewerkt in de volgende onderwerpen:

  • Visies op onderwijs aan het jonge kind;
  • Observatie en signaleringssystemen en -technieken in relatie tot de leerlijnen;
  • De specifieke pedagogisch-didactische benadering van het jonge kind en leerkrachtvaardigheden die nodig zijn bij de ontwikkeling van het jonge kind;
  • Passend onderwijs. Het kind en de ouders/verzorgers worden hierbij gezien als ‘learning partner’, opbrengstgericht werken, groepsoverzichten en –plannen in relatie tot de pedagogisch didactische benadering van het jonge kind.

Dimensie A er uitgelicht
Hierbij gaat het over het jou en je onderbouw team. Je kiest - in overleg met jouw school - een relevant onderwerp en gaat in enkele korte bijeenkomsten met een aantal collega’s over het onderwerp in gesprek. We noemen dat een Lerend Netwerk. Het Lerend Netwerk maakt deel uit van de opleiding. Door het opzetten van een Lerend Netwerk op je eigen school leer je hoe je binnen je team kennis over kunt dragen.

Dimensie B uitgelicht
Naast het Lerend Netwerk maakt het werken in leerteams deel uit van de opleiding. Je gaat samen met andere deelnemers uit de opleidingsgroep een leerteam vormen. Een leerteam bestaat meestal uit drie personen. Elk leerteam kiest een van de volgende thema’s voor onderzoek en verdieping in de praktijk.

  • sociale media en kleuters
  • creativiteit / muziek / spel
  • bewegingsactiviteiten / sensomotorische ontwikkeling
  • wereldoriëntatie
  • wetenschap en techniek
  • ouderbetrokkenheid
  • verandermanagement

In de negende bijeenkomst presenteren de leerteams de eindresultaten van hun onderzoek aan elkaar, waardoor kennisoverdracht plaatsvindt.

Masterclasses
Iselinge Academie biedt bij de opleiding Specialist Jonge Kind mini-masterclasses die een link hebben met de rol van de jonge kind specialist c.q. expert in een onderbouwteam. Verderop lees je welke onderwerpen aan de orde komen.

‘Mooi dat er in elke bijeenkomst een masterclass was. Het is de bedoeling dat ik de ‘kartrekker jonge kind’ wordt op mijn school. Maar hoe breng ik mijn kennis over op mijn collega’s? Ik durf nu feedback te geven, heb leren omgaan met weerstand, weet nu van ‘de denkhoeden van De Bono’ af en ben me bewust dat ieder een eigen leerstijl heeft.’

De onderwerpen van de bijeenkomsten
Bijeenkomst  1 Visie op het onderwijs aan jonge kinderen
Bijeenkomst  2 Basiscommunicatie
Bijeenkomst  3 Spel
Bijeenkomst  4 Organisatie en hoeken
Bijeenkomst  5 Rekenen in de context van het beredeneerd aanbod
Bijeenkomst  6 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Bijeenkomst  7 Taal in de context van het beredeneerd aanbod (1)
Bijeenkomst  8 Taal in de context van het beredeneerd aanbod (2)
Bijeenkomst  9 Presentatie leerteams
Bijeenkomst 10 Terugblik en afsluiting, uitreiken diploma’s

Masterclasses
Bijeenkomst 1: Sociaal constructivistisch leren
Bijeenkomst 2: Planmatig handelen
Bijeenkomst 3: Lerende Netwerken
Bijeenkomst 4: Omgaan met weerstand
Bijeenkomst 5: Feedback geven en ontvangen
Bijeenkomst 6: Innoveren
Bijeenkomst 7: Leerstijlen van Kolb en teamrollen
Bijeenkomst 8: Vergaderen en de denkhoeden van De Bono

2. Curriculum

a. Opbouw en structuur

Studenten
Studenten doorlopen het grootste deel van de opleiding als groep. Ervaring leert dat studenten elkaar motiveren en stimuleren. Vertrouwen in elkaar en ontvangen van ontwikkelingsgerichte feedback zijn hierbij belangrijk.

Leerteams
De opleiding bestaat uit tien lesdagen. Studenten nemen naast de lesdagen deel aan leerteams, die met elkaar zelfstandig opdrachten van de opleiding uitvoeren en elkaar feedback geven op gemaakte opdrachten.

Begeleiding
De groep wordt begeleid door een studiecoach die de voortgang van de student nauwlettend in de gaten houdt en feedback geeft op het ontwikkelingsproces. De studiecoach is tevens aanspreekpunt voor de groep.

Aanwezigheidsplicht
Van de studenten wordt verwacht dat zij tijdens alle lesdagen aanwezig zijn. Bij calamiteiten wordt een passende oplossing gezocht.

Studiebelasting

De opleiding heeft een studiebelasting van 350 uur.

  • Intake en assessment: 2 uur
  • Docent-contacturen: 48 uur
  • Literatuurstudie: 100 uur
  •  Praktijkuren: 200 uur

Contacturen bestaan uit de tijd dat de student daadwerkelijk aanwezig is op de opleiding. Zelfstudie-uren bestaan uit het bestuderen van de literatuur, werken in leerteams en uitvoeren van opdrachten in de beroepspraktijk.

Gemiddeld besteedt de student 7,5 uur per week aan de opleiding (colleges en (praktijk)opdrachten).

Literatuur
De literatuur bestaat voor 50% uit door de opleiding verplichte literatuur, die door de docenten bepaald wordt en voor 50% uit door de student zelf te kiezen literatuur.

b. Inhoud en samenhang
Tijdens de opleiding ligt het accent op het verwerven van de basiscompetenties en normen die nodig zijn voor de taak van de leerkracht jonge kind.

Samenhang binnen het programma
Binnen de opleiding is gekozen voor een doorgaande ontwikkelingslijn, waarbij alle activiteiten gericht zijn op het behalen van de basiscompetenties en normen van de leerkracht jonge kind.

c. Afstudeerfase/Toetsing

  • Intake assessment: Alle studenten hebben minimaal de bachelor opleiding leraar basisonderwijs afgerond. Daarmee is voldaan aan de bekwaamheidseisen zoals verwoord in de wet BIO. Voor aanvang van de opleiding vult de student het intakeformulier in. De studiecoach nodigt de student uit voor een intakegesprek van een half uur, waarin het intakeformulier wordt besproken en de verwachtingen van student en opleiding afgestemd worden. Na afloop van dit gesprek volgt een studieadvies.
  • Voortgangsassesment: Gedurende de opleiding houdt de student een portfolio bij waarin alle opdrachten geplaatst worden. De student levert binnen het portfolio bewijs voor de verworven competenties. Dit bewijs kan bestaan uit 360° feedback, video, beschrijving van praktijksituaties onderbouwd door relevante literatuur, uitgewerkte producten etc.
  • Afsluitend assessment: Dit bestaat uit een selfassessment van de student aan de hand van het Meesterstuk, beoordeling van het portfolio door de beroepspraktijk en assessment vanuit de opleiding.

De student plaatst de verschillende opdrachten die gedurende de opleiding gemaakt zijn in een portfolio, inclusief de eigen reflectieverslagen waarin opmerkingen van medestudenten en docenten zijn verwerkt. Het afsluitend Meesterstuk vormt een reflectie op het geheel.

3. Inschrijving

Inschrijving
Na de inschrijving volgt het intake-assessment, zo mogelijk in aanwezigheid van de directeur van je school.

Cursuslocatie
Doetinchem

Nadere informatie
Tel.: 088-093 1700